|
Hiv: hiv-test
Een standaard hiv-test spoort antilichamen op. Het afweersysteem van het lichaam reageert op een hiv-besmetting door het aanmaken van antilichamen. Een hiv-test gaat na of er in een bloedstaal hiv-antilichamen worden teruggevonden. Als die gevonden worden, dan is de onderzochte persoon seropositief.
Een standaard hiv-test kan na zes weken worden afgenomen. Als de eerste test een positief resultaat geeft, dan volgt er nog een tweede test, ter bevestiging.
De meeste labo werken tegenwoordig met gevoelige standaardtesten, die behalve op antilichamen ook speuren naar deeltjes van virus zelf. Na twee à drie weken kan deze test je al vertellen dat er hiv aanwezig is. Als de test positief is, kan je er zeker van zijn dat je hiv hebt. Als de test negatief is, kan dat zijn omdat er nog onvoldoende virus gevonden is, of omdat je nog onvoldoende antilichamen hebt ontwikkeld. Een negatief testresultaat na twee à dire weken wachten garandeert dus niet dat je geen hiv hebt, om zeker te zijn zal je later nog opnieuw moeten testen.
In sommige testcentra, zoals het Helpcenter-ITG in Antwerpen, kun je een sneltest laten afnemen. Dit betekent dat je binnen het uur je resultaat krijgt. Ook hier komt er een tweede test als je eerste test een positief resultaat geeft.
Hier lees alle details over de hiv-test
← hiv
|