|
Hiv: behandeling
Door de behandeling kan tegenwoordig een hiv-infectie een chronische aandoening genoemd worden. Hiv is nog altijd niet te genezen. Wél zijn er medicijnen die de werking van het virus afremmen. Die worden hiv-remmers of antiretrovirale middelen genoemd. Iemand die hiv-remmers gebruikt slikt doorgaans drie of vier verschillende hiv-remmers naast elkaar. Daarom wordt deze behandeling ook wel combinatietherapie of cocktail genoemd. Door de behandeling kan tegenwoordig een hiv-infectie een chronische aandoening genoemd worden. Zoals bij andere chronische aandoeningen zorgt een hiv-infectie echter ook voor belasting op het lichaam. Specifiek bij hiv en zijn behandeling wordt een versnelde veroudering van diverse organen vastgesteld, wat op lange termijn voor problemen kan zorgen.
Met combinatietherapie of de zogenaamde Hoog Actieve Anti-Retrovirale Therapie (HAART) worden opvallende resultaten bereikt. De therapie zorgt ervoor dat het virus wordt afgeremd, waardoor de concentratieT4-cellen (een type witte bloedcellen dat helpt bij de afweer, ook wel CD4-cellen genoemd) opnieuw toeneemt en het lichaam zich weer beter kan verdedigen tegen infecties. Zo neemt ook de kans op opportunistische ziektes (aidsgerelateerde aandoeningen) af. Daarnaast zorgt de combinatietherapie er ook voor dat de virale lading (hoeveelheid hiv in het bloed)afneemt.
Er zijn richtlijnen opgesteld voor het starten met combinatietherapie. Deze richtlijnen vertrekken van data uit het bloedonderzoek, zoals het aantal CD4-cellen en de virale lading. Als je afweer sterk is verzwakt, dan wordt je waarschijnlijk dringend geadviseerd om snel te beginnen. Er valt dan geen tijd meer te verliezen. Als je afweer nog goed is, is de start van de behandeling niet dringend.
Bij de combinatietherapie worden zoals gezegd verschillende medicijnen tegelijk toegediend. Er zijn momenteel vijf groepen geneesmiddelen beschikbaar waarvan men combinaties maakt. Dat is nodig: als er maar één medicijn gebruikt wordt, treedt er al snel resistentie op. Hierbij vindt het virus een manier om het effect van de medicatie te omzeilen en dan is het middel niet langer doeltreffend. Het ontstaan van resistentie tegen een combinatie van verschillende hiv-remmers is veel minder waarschijnlijk.
De eerste groep voorkomt dat het virus zich vastklikt aan de T4 cellen. Ze worden de CCR5-remmers of entry-inhibitoren genoemd.
De tweede groep zorgt ervoor dat hiv niet in de T4-cel kan binnendringen. Ze verhindert de fusie van het virus en de cel. Daarom wordt deze groep de fusie-inhibitoren genoemd.
De derde groep, de reverse transcriptase remmers, zorgt ervoor dat hiv zich niet kan nestelen en kopiëren binnenin de cel. Er zijn drie types: de nucleoside reverse transcriptase inhibitoren, de non-nucleoside reverse transcriptase inhibitoren en de nucleotide reverse transcriptase inhibitoren.
De vierde groep zijn de integrase inhibitoren. Zij gaan voorkomen dat het virusmateriaal in de celkern wordt opgenomen en zich kan vermenigvuldigen.
De vijfde groep voorkomt dat het vermenigvuldigde hiv opnieuw uit de T4-cel kan breken en zo nieuwe cellen kan gaan besmetten. Deze groep wordt proteaseremmers genoemd. Het protease-enzyme speelt een belangrijke rol bij de virusvermenigvuldiging. Het zorgt voor de afwerking van het virus zodat het opnieuw besmettelijk wordt.
Om een goed effect te bereiken met de behandeling is het belangrijk dat er steeds voldoende medicijn in het bloed aanwezig is. Dit betekent dat de medicijnen altijd in de juiste doses, op de juiste tijdstippen en op de juiste wijze (met of zonder voeding) moeten worden ingenomen. Men spreekt in deze context van therapietrouw. Bij het samenstellen van een combinatie van medicijnen is het dus niet alleen belangrijk om te onderzoeken welke medicatie het beste werkt, maar ook welke medicijnen het best in het leven van de persoon met hiv passen.
Verschillende medicijnen kunnen onprettige nevenwerkingen hebben. Maag- en darmklachten, beschadiging van de nieren of de lever en minder zin in seks zijn enkele courante voorbeelden. Omdat er tegenwoordig meerdere medicijnen beschikbaar zijn, kun je in overleg met je arts overschakelen op een ander middel. De mate van bijwerkingen bij combinatietherapie wisselt sterk van persoon tot persoon. Als iemand met een bepaalde combinatie last heeft van bijwerkingen, betekent dat niet dat jij daar ook last van zal hebben.
← hiv
|